Deze dag draait om de vlakte. Achter Azambuja opent het land van de Taag zich: akkers, lange rechte stukken en een horizon die maar niet dichterbij komt. Geen steile klim die je wakker schudt. Wel ruim 32 kilometer die zich uitrekken.
Het ritme is eentonig, op een goede manier. Je hoofd loopt leeg en je voeten doen het werk. Pas in de tweede helft voel je dat je zo’n 8 uur onderweg bent. Dan komt Santarém in zicht, hoog op zijn heuvel boven de rivier. Het laatste stuk gaat omhoog, de oude straten in. Aan de rand van de stad kijk je uit over de vallei die je net hebt doorkruist.