Je benen weten het na een paar kilometer al: dit wordt geen rustige kennismaking. Vanuit Irún, vlak bij de Franse grens, ga je snel omhoog en daarna blijft het op en neer. Het steilste stuk is ruim 300 meter klimmen op net geen vijf kilometer. In je hoofd speelt iets anders. Het is de eerste dag, alles is nieuw en je rugzak voelt nog vreemd op je rug.
Het is een dag voor geduld. Ruim 8 uur onderweg, dus neem je tijd, en laat de lange afdalingen niet op je knieën slaan. Dan loop je San Sebastián binnen, een stad aan zee met een brede baai. Je ruikt het zout voordat je het water ziet. De eerste etappe zit erop. Als eerste dag mag hij best pijn doen, dat hoort erbij. Buen Camino.