Je laat Portugalete achter je met de ijzeren Vizcaya-brug nog in je rug. De eerste kilometers voelen nog stedelijk, maar al snel blijft de industrie rond de rivier achter je en zoekt het pad de kust op.
De heuvels zijn nergens extreem hoog. Het gaat alleen steeds op en neer, en dat tikt aan. Met ruim 8 uur is het een lange dag voor je benen. Ergens onderweg verlaat je Baskenland en loop je Cantabrië binnen. Castro Urdiales ligt aan zee, met een gotische kerk boven de haven. Je ziet het stadje al een tijd voor je er bent: grijsblauw water, groene hellingen en de kustlijn die zich langzaam opent.