Je laat O Cádavo achter je terwijl het dorp nog half slaapt. De weg kronkelt tussen weilanden en bosjes en de eerste uren lopen soepel. Toch is het een lange dag: bijna negen uur op pad. Je klimt een paar keer stevig, maar je daalt nog meer, en dat voel je later in je knieën.
Het laatste stuk naar Lugo is vooral doorbijten. Dan doemt de oude Romeinse stadsmuur op, die nog helemaal rond de binnenstad staat. Je loopt er dwars doorheen, richting de kathedraal. Kijk nog even achterom: daar ligt het groene land, met stenen muurtjes en koeien die rustig blijven grazen.