Dit is een Camino die rustig begint en onderweg steeds mooier wordt. Geen hoge bergpassen, wel veel uren over landweggetjes, kasseien en door kleine dorpen. Een goede keuze voor je eerste Camino. Ook als je na een zwaardere route iets vriendelijkers zoekt.
In Porto vertrek je tussen het stadsverkeer. Het duurt even voor de huizen plaatsmaken voor akkers en wijngaarden. Daarna passeer je Barcelos en Ponte de Lima, twee oude stadjes waar je graag even rondkijkt. In Ponte de Lima loop je over een oude brug. Dan wordt het heuvelachtiger. Tussen Ponte de Lima en Rubiães klim je ruim 300 meter in nog geen vijf kilometer. Dat is de dag waar je even op moet doorbijten.
Bij Tui steek je de grens over naar Spanje. Je loopt Galicië binnen, met bossen, stenen dorpjes en steeds meer pelgrims om je heen. Via Pontevedra en Padrón kom je zo bij de kathedraal van Santiago.
Het beste loop je deze route in mei en juni, of in september. Dan is het aangenaam wandelweer. In de wintermaanden is het koel en regent het vaak.