Je verlaat Pontevedra over de oude brug over de Lérez, en de stad is zo weer achter je. Straten worden paadjes, huizen worden moestuintjes en bos. Het is stil, op de eerste vroege wandelaars na.
Dit is een lichte dag. Het loopt glooiend, zonder klimmen dat je echt voelt. Met bijna 6 uur lopen heb je ruim de tijd voor een lange koffiestop. Caldas de Reis dankt zijn naam aan de warme bronnen, en met die gedachte loop je het laatste stuk lekker door. Je komt het stadje binnen bij de rivier de Umia. Daarvoor loop je nog lang onder hoge eucalyptussen, waar het pad bezaaid ligt met schors en de lucht naar bos ruikt.