Je loopt Golegã uit, het dorp van de paarden, en de ochtend is nog stil. Daarna schuift het vlakke Ribatejo langzaam voorbij: akkers, bomen, lange rechte stukken. Hoogteverschil is er nauwelijks. De echte tegenstander is de afstand. Bijna 29 kilometer is gewoon lang, en je voeten merken dat het eerst.
Tegen het einde komen er wat glooiingen bij en bereik je Tomar, aan de rivier de Nabão. Boven de stad ligt het Convento de Cristo, ooit het hart van de Tempeliers. Zet eerst je rugzak neer, eet iets goeds en bewaar het kasteel voor morgen. Loop rustig door, de kilometers komen vanzelf.