Deze etappe vraagt vooral doorzettingsvermogen. Je bent ruim 9 uur onderweg, dus het wordt een lange dag voor je benen. Het hoogste punt stelt niet veel voor, maar het pad blijft op en neer gaan. Het zijn korte heuvels die samen bijna 600 meter klimmen opleveren, en elke heuvel vraagt wat van je.
Je verlaat Tomar, de stad van de Tempeliers, met de ochtend nog voor je. Daarna wordt het stiller: bos, akkers, kleine dorpjes. Neem rustig pauzes en eet voordat je honger krijgt. Alvaiázere bereik je met moeie kuiten en een tevreden gevoel. Een douche en een stoel smaken dan extra goed.
Hou je eigen tempo aan, de camino loopt echt niet weg.