De dag draait om de kustlijn: steeds omhoog naar de klifrand, dan weer omlaag naar een zandstrandje. Het zijn geen grote bergen, maar het houdt niet op. Daardoor loop je ruim zes uur, meer dan de afstand doet vermoeden.
Het pad is smal en zanderig, en soms zak je er tot over je enkels in. Bij Cabo Sardão nestelen ooievaars op de rotsen in zee, een bijzonder gezicht. Schaduw is er nauwelijks, alleen wind en zout op je lippen. Aan het eind daal je moe maar tevreden af naar Zambujeira do Mar: witte huizen boven de klif, een strand beneden en een terras waar je eindelijk je schoenen uittrekt.