Je laat Portomarín achter je door de Miño over te steken. Daarna gaat het meteen omhoog, het bos in. Je weet bijna direct wat je kan verwachten.
Daarna blijft het wisselen: landweggetjes, weilanden, kleine dorpjes met een café op het juiste moment. Er is geen enkele klim die je dag bepaalt, maar de heuvels tellen op. Je bent ruim zeven uur onderweg, dus verdeel je krachten. Palas de Rei komt zonder poespas, een gewone Galicische plaats waar je vooral blij bent met een stoel. Er is een openbare albergue. Loop in je eigen tempo, dan kom je er vanzelf.