Eerst nog even de laatste straten van Gijón, dan wordt het groener. Weilanden, bosjes, kleine dorpjes en tussendoor een stuk met fabrieken en drukke wegen. Mooi is anders, maar het hoort bij de Norte.
De klim blijft bescheiden: het hoogste punt is maar 185 meter. Toch voel je het in je benen, want het gaat steeds op en neer en de dag duurt ruim 7 uur. Dit is meer volhouden dan zwoegen.
Avilés begint met industrie aan de rand, maar het oude centrum maakt veel goed. Stenen straten, terrasjes, een plein om je schoenen uit te trekken. Neem rustig de tijd voor je eerste biertje.
Loop op je gemak, de camino loopt echt niet weg.