Je benen merken deze dag vooral het constante op en neer. Geen enorme klim, wel ruim 500 meter omhoog, in steeds weer nieuwe stukjes. In je hoofd is het eerst druk en daarna stil. Je loopt Avilés uit langs industrie en uitvalswegen, en dan komt het groen: heuvels, bos, kleine dorpjes.
Het hoogste punt blijft laag, dus echt zwaar wordt het niet. Het is meer een kwestie van volhouden. Aan het eind kom je aan in Muros de Nalón, een rustig dorp aan de kust, na een dag die langer duurt dan de kilometers doen vermoeden. Met bijna 7 uur lopen plus pauzes vertrek je het best ‘s ochtends op je gemak. Dan loop je de middag niet tegen de klok in.