Muros de Nalón laat je zonder haast achter je. Het dorp loopt snel over in groene heuvels, bosjes en weilanden. Daarna is het op en neer, op en neer. Nergens echt hoog, maar je benen merken het wel. Je loopt bijna vijf uur en daalt per saldo meer dan je klimt. Dat is prettig voor je adem, minder voor je knieën.
Onderweg kom je door Cudillero, een vissersdorp waar de huizen als een theater rond de haven hangen. Een mooi moment voor koffie. Daarna ga je weer de heuvels in, tot Soto de Luiña. Het is een klein, rustig dorp. Je loopt erbinnen, rugzak af, schoenen uit. De middag is nog van jou.