Lugo bepaalt het begin van de dag. Je verlaat een stad met een Romeinse stadsmuur om je heen en binnen een uur loop je tussen weilanden en bosjes. Het lawaai van de stad blijft achter. Wat overblijft is Galicië zoals je het je voorstelt: smalle paadjes, stenen muurtjes, hier en daar een boerderij.
De etappe is niet moeilijk, maar wel lang. Je klimt en daalt de hele dag een beetje, met een hoogste punt van ruim 600 meter. Geen echte monsterklim, wel genoeg om je benen te voelen. Door de afstand loop je bijna 8 uur, dus neem de tijd en eet op tijd. A Ponte Ferreira is klein en rustig, een prettige plek om de dag uit te lopen. Stap voor stap kom je er wel.