De geur van eucalyptus hangt tussen de bomen als je Sigüeiro achter je laat. Bospad, asfalt, een dorpje, weer bos. Het is een lichte dag, ruim vier uur lopen, met wat glooiing maar niets dat je dwarszit. Het gaat vanzelf.
Dan komt Santiago: eerst de buitenwijken, verkeer en flats. Niet bepaald een plaatje. Loop door, want de oude stad komt vanzelf. Door de smalle straten volg je de schelpen naar de Praza do Obradoiro, met de kathedraal boven je. Bed nog niet geregeld? Doe dat voor je vertrekt, zeker van mei tot en met september. Neem daarna de tijd voor de laatste kilometers. Santiago loopt echt niet weg.