De Camino Inglés is de route van de zeevaarders. Pelgrims uit Engeland, Ierland en Noord-Europa gingen in Ferrol en A Coruña aan land en liepen van daar naar Santiago. Dat voel je nog steeds: je begint bij een haven en loopt het land in, richting de kathedraal.
Het is een korte route. Daarom is hij een goede eerste kennismaking met de camino, of iets voor als je weinig tijd hebt. Als je in Ferrol start, loop je genoeg kilometers voor de Compostela. Eerst volg je de ría’s langs de kust, met oude stadjes als Pontedeume en Betanzos. Daarna draait de route landinwaarts, het groene, heuvelachtige Galicische binnenland in. De route is gemiddeld zwaar, maar de lange dag van zo’n 36 kilometer naar Bruma vraagt om een goed plan. In Bruma komt de kortere route vanaf A Coruña erbij. Vanaf daar loop je samen met hen naar Santiago.
De beste tijd is juni tot en met september. Dan is het droger en zacht genoeg om lekker door te lopen. Van november tot april is het koel en regent het vaak. Dat is minder prettig, zeker op de lange dag. Het blijft Galicië, dus een goede regenjas hoort er altijd bij. Na vijf dagen sta je in Santiago.