De Camino Aragonés is een rustige route. Je deelt het pad met weinig andere pelgrims en hebt veel ruimte voor je eigen gedachten. Hij begint op de Somport-pas, ruim 1600 meter hoog in de Pyreneeën, op de grens met Frankrijk. Hier lopen de pelgrims van de Voie d’Arles verder. Lange etappes en bergen maken hem zwaar, dus het is een route voor wie wat gewend is.
Eerst daal je uit de bergen naar Jaca, met zijn kathedraal. Daarna volg je de valleien van Aragón en Navarra. Je komt langs het stuwmeer van Yesa en door het verlaten dorp Ruesta. Vlak daarna, richting Sangüesa, wacht een korte maar stevige klim van ruim 300 meter. Het laatste stuk loopt langs de kerk van Santa María de Eunate. Bij Obanos, vlak voor Puente la Reina, sluit je aan op de Camino Francés. Vanaf daar loop je door naar Santiago.
De beste tijd is mei en juni, of september. Dan is het goed lopen en blijft het meestal droog genoeg. In januari, maart en november is het koel en regent het vaak. In de winter kan er sneeuw liggen op de Somport. Start dan lager in de vallei, bijvoorbeeld in Canfranc.