De laatste etappe voelt als uitlopen. Geen dag om te vechten, wel een dag met een paar klimmen die je eraan herinneren dat je benen al twee dagen werk hebben gedaan. Je gaat tot zo’n 580 meter omhoog. Daarna gaat het meer omlaag dan omhoog.
Ruim vier uur lopen, dus je hoeft nergens naartoe te rennen. Neem de tijd. Straks is het voorbij en dat merk je pas echt als je er staat. Dan loop je het klooster van Santo Toribio de Liébana binnen. Je laat je credencial stempelen en staat oog in oog met het Lignum Crucis, het stuk kruis waar dit hele pad om draait.