Mérida laat je achter met de Romeinse stenen nog in je ogen. Daarna wordt het stil. Open land, steeneiken, weinig schaduw en een pad dat je de hele dag zacht omhoog trekt.
Het is een lange etappe van bijna 36 kilometer. Wie hem wil splitsen, overnacht in Aljucén. Doe je dat niet, dan wordt het een dag van ritme: stap, drink, stap. De hoogtemeters zijn niet spectaculair, maar ze tellen op in je benen. Alcuéscar ligt er aan het eind rustig bij. Een douche en een bed voelen hier verdiend. Zet gewoon de ene voet voor de andere, dan kom je er.