Je loopt Cuba uit langs de laatste witte huizen, en dan neemt het open land het over. Akkers, landwegen, weinig verkeer. Het klimmen en dalen is mild, maar het houdt de hele ochtend aan. Vlak is het dus niet.
Zo’n zes uur ben je onderweg. Genoeg om je ritme te vinden, en genoeg om de afstand in je benen te voelen. Als de zon hoog staat is er weinig om onder te schuilen. In Alvito kom je aan met zware kuiten en stof op je schoenen. Achter je blijft het land liggen: kurkeiken die verspreid in het droge gras staan, en een lucht die doorloopt tot aan de einder.