Als je Cáceres binnenloopt, voel je pas goed wat je gedaan hebt. Ruim 37 kilometer ligt achter je. De ommuurde oude stad, werelderfgoed van UNESCO, ligt er alsof er niets aan de hand is. Zo’n aankomst maakt veel goed.
Terugkijkend was het vooral een lange, open dag. Je klimt en daalt nauwelijks, maar de kilometers blijven komen. Je loopt langs weilanden, steeneiken en stenen muurtjes, en na een paar uur hoor je alleen nog je eigen stappen. Het duurt bijna tien uur. Wil je dat niet in één keer doen, dan kun je overnachten in Valdesalor. In Cáceres is een openbare albergue. Geef je voeten vanavond wat aandacht, ze hebben het verdiend.