Je laat Nájera achter je terwijl de rode rotswand boven de daken nog in de schaduw staat. Even later loop je tussen akkers en wijngaarden, en dan is het Rioja zoals je het je voorstelt: rode aarde, rijen wijnstokken, een brede hemel. De klim is gestaag en nergens echt steil. Je voelt hem vooral in je benen, niet in je adem.
Zo’n zes uur lopen, grotendeels over open land. Veel schaduw is er niet, dus de zon bepaalt hoe pittig het wordt. In Santo Domingo de la Calzada sluiten pelgrims van de Camino Vasco del Interior aan. Zij lopen vanaf hier met je mee. In de kathedraal van het stadje houden ze levende kippen, een oude legende die nog altijd leeft. En vlak voor je er bent, steekt de kerktoren boven de graanvelden uit.