Je laat Astorga achter je, de kathedraal nog even in je rug. Daarna wordt het stil. De Maragatería ligt open voor je: brede paden, lage dorpjes van steen en weinig schaduw.
De dag is één lange, gestage klim. Er is bijna niets bergaf, maar het voelt nergens echt steil. Dat is het venijn: je loopt ruim 7 uur en de benen merken het pas laat. Rabanal del Camino is een goede plek voor een pauze. Daarna wordt het pad steiler, de lucht frisser en de bergen groter.
Foncebadón ligt op ruim 1400 meter. Een klein bergdorp met stenen huizen en één weg. Je zet je rugzak neer en kijkt terug over de heuvels die je net bent opgelopen. Morgen wacht het Cruz de Ferro.