De eerste kilometers voelen licht. Je benen zijn fris, je rugzak zit nog nieuw op je schouders en je hoofd is vol van alles wat je thuis hebt achtergelaten. Het is geen zware dag, maar wel een lange: ruim zes uur lopen. Daar kom je pas na een paar uur achter.
Het land is wijd en open, met akkers en veel lucht. Veel klimmen of dalen is er niet, dus je kunt je eigen tempo vinden. Geen haast, dat is precies wat deze dag je leert. Tábara is een plek om rustig aan te komen en de schoenen uit te trekken.
Eerste dag erop. De rest komt vanzelf, loop rustig.