Vroeg in de ochtend hangt de mist nog tussen de eiken en de stenen muurtjes. Het pad slingert langs weilanden en door kleine gehuchten, met af en toe een koe die je rustig nakijkt.
Het is een lange dag, maar geen wrede. Je klimt een paar keer, het hoogste punt komt ergens in het midden, en daarna zak je steeds verder weg. Dat is fijn voor je energie, minder fijn voor je knieën.
In A Laxe gebeurt er iets moois. Hier sluit de Camino de Invierno aan, en ineens loop je met nieuwe gezichten op dezelfde route. Het wordt wat drukker en gezelliger. Met zo’n 8 uur op de klok kom je aan het einde van de middag in Silleda aan. Reserveer dus liever vooraf een bed, dan hoef je niet meer te zoeken.