Eucalyptusbossen, eikenlanen, weilanden en dorpjes met stenen schuren: het Galicische platteland houdt je tot het laatst vast. Het pad stijgt en daalt rustig, met een paar klimmetjes die je benen nog even wakker houden. Zo’n 19 kilometer, goed te doen. Toch ga je vanzelf langzamer lopen dan nodig is.
Dan worden de huizen dichter en maken de bossen plaats voor straten. Je loopt Santiago binnen en dwars door de oude stad naar het Obradoiro, waar de kathedraal ineens voor je staat. Veel pelgrims gaan hier op de stenen zitten en zeggen even niets. Reserveer je slaapplek vooraf als je in mei tot en met september loopt, ook als je tot nu toe nooit reserveerde. Achter je blijven de groene heuvels liggen, met de eucalyptusbomen die zacht heen en weer wiegen in de wind.