Het begint makkelijk, bijna te makkelijk. Je loopt Logroño uit via het park en je benen draaien vanzelf. Pas later merk je dat dit een lange dag is, bijna 8 uur onderweg.
Om je heen ligt de Rioja. Rijen wijnstokken, rode aarde, weinig schaduw. Het pad klimt en daalt in korte stukken, zonder dat er één echte berg bij zit. Juist dat slijt. Je hoofd wordt stil, je kuiten gaan meepraten.
Het laatste stuk naar Nájera trekt zich in de benen. Dan loop je langs de rivier het stadje in, met een rode rotswand boven de daken. Rugzak af, schoenen uit, en een koud biertje op een terras.