De Camino del Norte is de route voor wie de zee wil blijven ruiken. Je loopt langs de noordkust van Spanje, door Baskenland, Cantabrië en Asturië. Stranden, kliffen, vissersdorpen. Het pad houdt zich niet aan de kustlijn: het duikt steeds de heuvels in en er weer uit. Dat vraagt conditie, dus een route voor wie al wat kilometers in de benen heeft.
Onderweg kom je door steden als San Sebastián, Bilbao, Santander, Gijón en Avilés. Daartussen wordt het stil, met lange stukken langs de kust. Sommige klimmen onthoud je. Vlak voor Gijón gaat het ruim 400 meter omhoog binnen 5 kilometer. In Villaviciosa kun je ook afbuigen naar Oviedo en de Camino Primitivo. Blijf je op de Norte, dan draait de route na Asturië landinwaarts, het groene Galicië in.
Bij Arzúa sluit je aan op de Camino Francés. Het laatste stuk naar Santiago deel je met pelgrims van die route, en dan wordt het een stuk drukker.
De beste tijd tussen mei en juli, augustus is een optie. Met zomer is de kust ook vol vakantiegangers, dus reserveer je slaapplek vooraf. Van november tot en met maart is het koel en regent het vaak. Dat is minder prettig, zeker op de natte kustpaden.