Dit is de Camino voor wie de drukte liever laat liggen. De Caminho Português Interior loopt door het binnenland van Portugal, over heuvels en bergruggen, door dorpen waar je als pelgrim nog opvalt. Het is een zware route, met veel klimmen en dalen. Daar krijg je ruimte en stilte voor terug.
Officieel begin je in Viseu. Het stuk daarvoor, vanaf Coimbra, hoort er formeel niet bij. Toch lopen veel pelgrims het, vooral zij die van de Caminho Português Central komen en in Coimbra afbuigen. Die aanloop laat meteen zien wat je te wachten staat: ruim 300 meter omhoog in vijf kilometer. Daarna volg je de heuvels naar Lamego en de wijnstreek van de Douro, en verder naar Vila Real. Noordelijker wordt het ruiger en hoger, tot bijna 1000 meter. Via Vidago en Chaves loop je naar de grens bij Vilarelho da Raia. In Verín sluit je aan op de Camino Sanabrés, die via Ourense naar Santiago leidt.
De beste tijd is april tot juni en september tot oktober. Dan loopt het prettig, ook als je dagen achter elkaar klimt. Reken op een route waar je veel met jezelf bent en soms een medepelgrim tegenkomt. Precies daarom lopen mensen hem.