Bos, heuvels en kleine dorpen: zo trekt de dag aan je voorbij. Het pad gaat voortdurend omhoog en weer omlaag. Op het hoogste stuk kijk je ver over het land uit. Dat uitzicht heb je dan ook verdiend.
Met zo’n 32 kilometer is dit een lange, zware dag. Het dalen valt je minstens zo zwaar als het klimmen, vooral voor je knieën. Verdeel je krachten, want de eerste klim is niet de enige. Lamego ligt in de wijnstreek en je komt moe, maar met een flinke honger binnen. Begin bij het eerste licht, dan heb je ruimte voor pauzes en loop je de stad in voordat het schemert.