Bos, akkers en kleine dorpjes wisselen elkaar de hele dag af. Tussen de huizen ligt vaak alleen een stille landweg, met dennen en eucalyptus langs de kant.
De klimmen zijn niet extreem, maar ze blijven komen. Samen goed voor ruim 500 meter omhoog. Het dalen is nog net iets meer, en dat voelen je knieën. Het is vooral de lengte die deze dag zwaar maakt: zo’n 9 uur onderweg, met weinig plekken om echt te bijkomen. Het tempo houd je daarom rustig.
Rabaçal is een klein, rustig dorp. Na de laatste kilometers is dat precies goed. Vertrek bij daglicht en neem genoeg eten en drinken mee, zodat je niet op een open plek zonder iets zit.