Dit is een Camino voor wie stilte zoekt. Je loopt hier uren zonder een andere pelgrim te zien, over oude wegen waar weinig mensen komen. De route is genoemd naar Diego de Torres Villarroel, een hoogleraar uit Salamanca die deze weg in 1737 naar Santiago liep. Op sommige stukken ontbreken de gele pijlen. Een GPS-track op je telefoon is dan geen luxe maar nodig.
Je begint in Spanje, over open, glooiend land richting Ciudad Rodrigo. Bij Vale da Mula steek je de grens over naar Portugal. Het binnenland daar is heuvelachtig en rustig, met plaatsen als Trancoso en Lamego onderweg. Na Mesão Frio wordt het pittig: een klim van 390 meter binnen 5 kilometer, en de volgende dag volgt er alweer zo’n steile klim. Via Guimarães en Braga kom je in Ponte de Lima. Daar sluit je aan op de Caminho Português Central en wordt het drukker. Bij Tui ben je weer in Spanje. Dan loop je via Pontevedra en Padrón naar Santiago.
Loop deze route in mei, juni of september, dan is het weer het vriendelijkst. Van november tot en met januari en in maart is het koel en regent het vaak, tot 16 regendagen per maand. Dat maakt de steile stukken zwaarder dan nodig.